Uitleg
Musica in manuscripto laat oude muziek zien zoals ze in het handschrift staat, met daarboven een moderne transcriptie. Op deze pagina lees je hoe een lespagina in elkaar zit en wat de tekens betekenen.
Wat je ziet
Een gezang staat op de lespagina in passages: een stuk melodie zoals het in het handschrift staat, vaak een notenregel of een deel ervan. Elke passage heeft drie lagen, precies onder elkaar en even breed:
- Boven: een moderne transcriptie in notenbolletjes. Elke groep noten staat boven het teken in het handschrift waar hij bij hoort.
- In het midden: de regel uit het handschrift zelf, zoals de bibliotheek hem online aanbiedt.
- Onder: de tekst, elke lettergreep onder de plek waar hij in het handschrift begint.
Daarna volgt de volgende passage: ernaast als hij kort genoeg is, anders eronder. Alle passages hebben dezelfde schaal, dus een korte passage is ook op de pagina kort. Een kopje (bijvoorbeeld Versus) geeft aan waar een nieuw deel van het gezang begint, en "fol. …" waar het handschrift op een nieuwe bladzijde verdergaat. Onderaan staat de bronvermelding.
Het handschrift
De muziek komt uit middeleeuwse handschriften. Het eerste voorbeeld komt uit de Riesencodex (Wiesbaden, Hochschul- und Landesbibliothek RheinMain, Hs. 2), een groot handschrift met de werken van Hildegard von Bingen, ontstaan rond 1180–1190. De afbeeldingen komen rechtstreeks van de website van de bibliotheek (via IIIF) en worden hier gebruikt onder de licentie die de bibliotheek opgeeft.
In zulke handschriften staat de melodie in neumen: kleine tekens boven de tekst. In de Riesencodex staan ze op lijnen, met een c-sleutel en een rode f-lijn, in de Duitse notatie die naar de vorm van de tekens ook wel hoefnagelschrift heet. De neumen geven aan welke tonen er gezongen worden, niet hoe lang.
De moderne transcriptie
- Bolletjes zonder stok: de notatie zegt niets over ritme of duur, dus de transcriptie ook niet.
- Vijf lijnen, geen sleutel: de onderste lijn staat voor de e. De toonhoogte is relatief; zing op een hoogte die prettig ligt.
- Groepjes: noten die in het handschrift één teken vormen, staan dicht bij elkaar; tussen tekens zit iets meer ruimte.
- Kleine namen boven de balk (op sommige pagina's): de naam van elke neume, zie hieronder.
Neumen en hun namen
Een neume met één, twee of drie noten heeft een vaste naam, afhankelijk van de richting van de melodie:
Bijzondere tekens
"Samengesteld — nog te benoemen"
De namen hierboven zijn afgeleid uit de richting van de melodie. Langere groepen, en combinaties die niet in het rijtje passen, heten samengesteld. Hun juiste naam hangt af van de vorm van het teken in het handschrift, en die is alleen aan het beeld af te lezen. Op de controlepagina staan ze daarom in rood als nog te benoemen, tot iemand ze in het handschrift heeft bekeken en een naam heeft gegeven.
Waar de noten vandaan komen
De toonhoogtes komen uit de Cantus Database, waar onderzoekers melodieën uit handschriften vastleggen in een tekstcode, Volpiano. Daarin geven koppeltekens de groepering aan: één koppelteken tussen neumen, twee tussen lettergrepen, drie tussen woorden. Die groepering is de lezing van de onderzoeker; ze wordt hier tegen het handschrift nagekeken.
Op de controlepagina bij elk voorbeeld staan het handschrift en de transcriptie naast elkaar, met per lettergreep de Volpiano, de neumnamen en een weergave in kwadraatnotatie. Daarmee wordt de transcriptie nagekeken.
Bronnen en licenties
Bij elk voorbeeld staat onderaan waar beeld en melodie vandaan komen en onder welke licentie. De gegevens van elk voorbeeld worden vastgelegd in het open formaat MEI (Music Encoding Initiative); alle pagina's en PDF's worden daaruit gemaakt.